

Algehele indruk van de Kiwi Ears Orchestra II
Inhoud
Wat meteen opvalt is de rust in het geluid. Kiwi ears is erin geslaagd om 10 drivers coherent te laten klinken. We horen bij overgang tussen frequentiegebieden (bijvoorbeeld van bas naar midrange, een gebied waar IEM’s gevoelig zijn) geen opvallende pieken of dalen in weergave. Dat ervoeren we nog wel bij de Astrals, waar de overgang naar de ene dynamische driver goed te horen was. Bij de Orchestra II klinkt het allemaal mooi vloeiend. In alle gevallen is de verstaanbaarheid en de presence van de stemmen waar Orchestra II in uitblinkt.
Bas
Voor de lagere regionen luisteren we naar Peter Gabriel’s “i/o” album. Twee mastering engineers mochten losgaan op de tracks wat leidt tot twee totaal verschillende versies van dezelfde opname. Fascinerend voor wie wil ontdekken hoeveel dat kan uitmaken. Voor beide mixes geldt dat deze tot de grens van het toelaatbare zijn voorzien van compressie en andere effecten. Maar gek genoeg wel op een prettige manier. Tenminste, als het audiosysteem over voldoende oplossend vermogen beschikt om de kluwen van geluid te ontwarren.
Bij de test hoorden we hier het verschil tussen de CH-amp van EarMen en de Sennheiser hoofdtelefoonversterker. De laatste heeft meer greep op de in-ears waardoor het allemaal net wat dynamischer, ritmischer klinkt en met een pompende bas die ronduit indrukwekkend is.
Bij Peter Gabriel horen we dat de Bright-Side Mix soms qua bas nog dieper gaat dan bij de Dark-Side. We horen een gelaagdheid en controle die we niet eerder zo goed hoorden. Als we “Giorgo” spelen, van Daft Punks’ “Random Access Memories”, horen we hoe de kickdrum, de bas en later de Moog van elkaar onderscheiden klinken terwijl ze strak gelijk spelen. We kunnen de textuur duidelijk horen, een gelaagdheid ons in de muziek trekt. En de stem van Giorgio Moroder heeft ook meer facetten dan we eerder hoorden.
Bij klassiek symfonisch werk horen we de contrabas-sectie resoneren, de pauken voelen we. We luisteren naar de opnames die Leonard Bernstein 1958 maakte van “Rhapsody In Blue” (met de maestro op piano), “An American In Paris” en “On The Waterfront”. We zitten er helemaal in, de taperuis is helemaal niet storend. We blijven veel langer luisteren dan we van plan zijn…
Mid
We kunnen hier proberen kort over te zijn. Tot nu onderscheidt elk product van Kiwi ears zich door een meer dan bovengemiddelde midrange presentatie, ongeacht de prijsklasse. Dat schept verwachtingen voor dit topmodel. Welnu, de Orchestra II stelt niet teleur! Getriggerd door de stem van Giorgio Moroder luisteren we naar nog meer spreekstemmen.
Toevallig moeten we ook een paar podcast-uitzendingen monteren en ook hier valt op hoe precies en gelaagd de stemmen klinken. Bij podcasts is het prettig als er verschil is tussen de stemmen. Met toonregeling, compressie en plaatsing is het mogelijk om een gesprek tussen vier personen levendig te maken en tegelijkertijd zo gelijkmatig dat de luisteraar niet te vermoeid raakt. Met de Orchestra II is het erg fijn werken met Logic Pro, het digitale werkstation waarmee we multitrackopnames mixen en masteren. Elke verandering is merkbaar. Als een ‘note to self’ schrijven we op dat het beluisteren van de spreekstem een erg goede manier voor het beoordelen van de midrange.
Terug naar muziek; we luisteren naar Jennifer Warnes, album “The Well”. “Invitation To The Blues” klinkt zo rokerig als het zijn moet. De stem is heel dichtbij opgenomen, we horen alles, ademhaling, het sluiten en openen van de mond (zonder dat het onsmakelijk wordt, wees gerust). Het voegt een dosis echtheid en live-feel toe aan de track. Daarna Warnes’ interpretatie van “And So It Goes” van Billy Joel. Hier zijn we echt stil van. Met in-ears is het toch al alsof de muziek in het hoofd wordt geprojecteerd; met deze opname is het overweldigend. Warnes geeft deze tune nieuwe betekenis en diepte. Prachtig!
Hoog
Als eerste valt op dat de reverb tot in het kleinste detail hoorbaar is. Reverb die in de studio is toegevoegd horen we en natuurlijke galm, namelijk de zaalakoestiek. De dimensies van de ruimte (zoals Joe Jackson’s “Night And Day”) zijn goed te determineren. Ook horen we zeer goed de verschillende digitale versies van dezelfde track: FLAC, WAV, bit-diepte, oversampling, streamingplatform. We worden nog eens bevestigd in de kwaliteit van Audirvāna, waarop Qobuz en Tidal zoveel beter klinken dan op andere afspeelsoftware.
We spelen “Spiral Stair” van Mammal Hands, en natuurlijk Jacques Loussier. Dit keer om te horen hoe accuraat de Kiwi Ears Orchestra II de soundstage weergeeft, hoe gebalanceerd de weergave is. Is het groter dan groot, worden zaken als reverb te royaal weergegeven? Bij de “Little Fugue” kan het hoog al snel teveel worden; cymbals die over ons heen vliegen, de piano die te groot wordt afgebeeld. En, niet onbelangrijk; de hi hat. Deze is gedurende bijna het hele stuk te horen; bescheiden, maar zeer constant. We horen alles in de juiste proporties en mooi in de ruimte. Ook “Spiral Stair” klinkt zoals we het kennen; in een intieme setting, van dichtbij opgenomen en met een enorme dynamiek.
Er is iets bijzonders met ADD-opnames; analoge opnames die in het begin van het CD-tijdperk werden gedigitaliseerd met het Sony PCM 1600-systeem. Deze Sony-processoren waren geen op zichzelf staande ADC’s zoals we die nu kennen, maar maakten deel uit van een groter digitaal audiosysteem dat gebruikmaakte van een conventionele U-matic-videorecorder als opslagmedium. Het analoge audiosignaal werd gedigitaliseerd door de processor en vervolgens gecodeerd in een analoog videosignaal dat door de VCR kon worden opgenomen. De resulterende U-matic-tapes werden naar de cd-perserijen gestuurd om de glasmaster te maken voor replicatie.
Wat wij ervaren: ADD-opnames klinken vloeiender, coherenter, meer samenhangend. Op CD natuurlijk, maar ook via een streamer. Wij vermoeden dat dit komt door het tape-systeem dat als bron diende. Tape zorgt voor vloeiendheid in de weergave, klaarblijkelijk. Hier zijn op het web veel achtergrondartikelen over te vinden, dus leest u vooral verder als u dit interessant vindt.
Linda Ronstadt kennen we vooral als country-zangeres; ze maakte in de jaren tachtig drie albums met orkestmeester en arrangeur Nelson Riddle, gebundeld in een CD-box “‘Round Midnight”. De 32 tracks zijn een collectie uit het Great American Songbook; composities uit de musicals in de periode 1920-1950 met componisten als Hoagy Carmichael, Rogers & Hart, Nat King Cole, Gershwin, Ellington. Analoog opgenomen en voor CD gedigitaliseerd. Wat vooral opvalt is de imperfectie. De ’s’ van Ronstadt is enorm aanwezig en toch stoort het niet. Op de Orchestra II’s zijn de soms mierzoete en doordachte orkestarrangementen van Nelson Riddle om te smullen (hij werd beroemd om zijn arrangementen voor Frank Sinatra in de jaren 50 en 60).












